OPEDUCA - Natuur- en Milieu Educatie
Arrangementen Limburg
Natuur en Milieu Educatie





Gezondheid, milieuvervuiling, overgewicht, klimaatverandering, energiebesparing, natuurbehoud, dierenwelzijn... het zijn onderwerpen die samenhangen met de kwaliteit van natuur, milieu en onze leefomgeving. Burgers, bedrijven en organisaties raken steeds meer betrokken bij vraagstukken op deze terreinen, die ook hoog op de bestuurlijke agenda staan. Vaak gaan we als samenleving dergelijke uitdagingen te lijf met technologische, juridische en/of fi nanciële oplossingen. Daarmee komen we een heel eind, maar de keuzes die mensen maken als consument of bewoner, als werkgever of werknemer, reiziger of recreant zijn uiteindelijk doorslaggevend. En als het gaat om bewustwording, keuzes en gedrag, komt educatie in beeld.
Natuur- en milieueducatie (NME) zorgt voor kennis en inzicht in natuur en milieu. Effectieve NME is zó ingericht en wordt zó aangeboden dat mensen van verschillende leeftijd en diverse leefstijlen er geïnteresseerd in zijn en het laten doorwerken in hun houding en gedrag. Op die manier draagt NME bij aan ontplooiing, welbevinden en gezondheid van mensen en legt het een basis voor een natuur- en milieubewuste levensstijl.
Door in te zetten op NME wil het kabinet mensen verantwoordelijkheid laten nemen voor natuur en milieu. NME geeft zorg voor natuur, milieu en dierenwelzijn een plaats in keuzes en gedrag. Het stelt mensen in staat om uiting te geven aan hun wensen op dit terrein en om zélf invloed uit te oefenen op de kwaliteit van hun omgeving. Dit is de centrale ambitie van het nieuwe NME – beleid.
Nieuw beleid is nodig om
Krachten te mobiliseren en de inspanningen van vele betrokken organisaties en mensen gerichter in te zetten.
Technologische ontwikkelingen te benutten om op een eigentijdse manier diverse groepen mensen te bereiken.
Brede toepassing te realiseren van aansprekende, actuele en effectieve producten en methoden.
Regie en kaders te verhelderen.
Aan te sluiten bij de veranderingen in het onderwijs van de afgelopen jaren.
Aan te sluiten bij veranderingen in rol en verantwoordelijkheid van de overheid.
NME-beleid in Nederland gaat terug tot de eerste rijksnota NME uit 1988. Sindsdien is er veel gebeurd. De rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen; scholen, maatschappelijke organisaties en burgers initiëren, ontwikkelen en realiseren tal van NME- activiteiten. Deze worden zowel binnenschools als buitenschools uitgevoerd, zijn gericht op kinderen, jongeren én volwassenen, vinden plaats in specifi eke NME-centra, op natuurterreinen, in dierentuinen en kinderboerderijen of gewoon in de wijk. Een nog steeds groeiend aantal professionals en letterlijk duizenden vrijwilligers zetten zich in, meestal vanuit een sterke betrokkenheid bij natuur en milieu. Jaarlijks wordt in Nederland ongeveer € 45 miljoen besteed in de kern van het NME werkveld. Tweederde daarvan komt uit overheidsmiddelen, vooral van gemeenten. Circa € 15 miljoen komt vanuit private middelen (fondsen, postcodeloterij e.d.). Dit alles heeft zijn vruchten afgeworpen. Uit jaarlijks terugkerende onderzoeken blijkt dat natuur- en milieubewustzijn in Nederland hoog zijn. De NME-activiteiten zoals die op dit moment in Nederland vorm krijgen ondersteunen in hoge mate de ambitie van het kabinet. In samenspraak met de bij NME betrokken organisaties en partijen is echter vastgesteld dat de NME-aanpak uit oogpunt van effectiviteit op een aantal punten verbetering behoeft. De gedrevenheid en energie voor NME die in de samenleving aanwezig is, is groot. Maar die energie kan effectiever worden ingezet dan nu het geval is. Dat is niet alleen een observatie vanuit het rijk: het NME-veld vraagt zelf om meer centrale regie en kaders die richting geven aan de vele initiatieven en projecten. Effectiviteit heeft ook te maken met het bereiken van mensen. Landelijke dekking is een knelpunt, verspreiding en opschaling van effectieve producten en methoden evenzeer, maar ook is duidelijk dat informatie over natuur en milieu op dit moment niet voor alle groepen mensen (met name jongeren) aantrekkelijk genoeg is om er gebruik van te maken.
Het kabinet heeft vijf speerpunten geformuleerd om haar ambitie met NME te verwezenlijken
Houvast voor de inhoud: een gezamenlijke agenda
Alle betrokkenen bij NME stimuleren om meer vraaggericht te werken
Jeugd en jongeren als prioriteit: Aansluiten bij de ‘generatie
Al doende leren: ‘beleving’ praktijkervaringen en handelingsperspectief centraal stellen
Bestuurlijke samenwerking, gericht op gezamenlijke regie en een meer effectieve aanpak

Jeugd en Jongeren
Jeugd en Jongeren staan centraal in de uitvoering van de NME-nota. Maar wie zijn de huidige Jeugd en Jongeren, wat vinden zij belangrijk en wat zijn hun beelden over natuur en milieu?
Bestaande kennis hierover vullen we aan met nieuwe informatie en zullen we, in overleg met betrokken partijen, beschikbaar stellen aan organisaties die veel met jongeren werken.
Daarnaast gaan we aan de slag met nieuwe, moderne NME methodieken. Wat doen we bijvoorbeeld al met games en mobiele applicaties, wanneer is dit succesvol en hoe kunnen we deze ervaringen overdragen?
Op het gebied van natuur en milieu worden de uitdagingen steeds groter. De opgaven zijn complex en vaak verweven met tal van andere belangen, op lokaal, nationaal en internationaal niveau. Om de uit dagingen het hoofd te bieden heeft de overheid de samenleving hard nodig. Beleid komt, zowel nationaal als lokaal, steeds vaker in samenspraak met belanghebbenden tot stand. Het kabinet beschouwt het dan ook als haar taak om te zorgen dat burgers zijn toegerust met kennis, inzicht en competenties op het gebied van natuur en milieu en dierenwelzijn. Dit speelt niet alleen op het niveau van het individu, maar ook actoren als bedrijven, maatschappelijke organisaties, andere overheden etc. worden gestimuleerd om zich in te zetten voor natuur en milieu.
Beleid voor NME draagt bij aan het kabinetsbeleid voor een duur zame leefomgeving. ‘Het creëren van een duurzame leefomgeving, om de wereld beter achter te laten dan we haar aantroffen’ is een centrale doelstelling voor het Kabinet Balkenende IV. Waar het gaat om een duurzame samenleving zijn ‘respect voor het leven van mens, dier en natuur het leidend beginsel’ Daarmee staan ‘natuur en milieu’ in een bredere context.
Roel van Raaij - Ministerie van LNV - "Laat de Jeugd ons maar de spiegel voorhouden."
Denken in arrangementen werkt effectief in praktijk
Roel van Raaij heeft als senior beleidsmaker van het ministerie EL&I mede aan de wieg gestaan van de nota 'Kiezen, leren en meedoen' met voorstellen om natuur- en milieueducatie (NME) te versterken. Hierin heeft het werken met het arrangementenmodel een centrale rol gekregen. Van Raaij maakt na drie jaar de balans op van deze innovatieve aanpak. 'Het arrangementsdenken leidt in de praktijk tot stevige coalities waarmee de speerpunten van de nota NME te realiseren zijn.'
'Het arrangementsdenken van NME is niet alleen een werkwijze voor verbetering van de huidige praktijk, maar ook een overlevingsstrategie. Als je als NME’er niet aansluit bij de beleidsagenda en je niet nadrukkelijk bezighoudt met de wensen en eisen van de doelgroep, dan ben je een soort groene missionaris. Mensen en organisaties hebben geen behoefte aan het belerende vingertje, maar willen een professionele groene educatieve partner die zegt: ‘Wij zijn er voor u!’'
Vraaggericht
'De nota uit 2008 zet onder meer in op vraaggericht werken. Dat heeft te maken met de bestuurlijke vraag; aantonen dat we met onze acties aansluiten bij het maatschappelijke beleidsdoel. Daarnaast is de vraag vanuit de klant zoals een school of bewonersorganisatie belangrijk. Wat houdt hen bezig en in welke context moet de educatie vorm krijgen, zodat het effectief werkt in de doelgroep? Als je daaraan het effectief organiseren van het aanbod toevoegt en autonome ontwikkelingen zoals de opkomst van de brede school, dan heb je het arrangementenmodel. Het is eigenlijk een soort checklist. Ben ik aangesloten op de beleidsagenda? Ben ik aangesloten bij de doelgroep? Sluit ik aan op actuele ontwikkelingen en is mijn aanbod zo, dat ik invulling kan geven aan het leerproces? En dan als laatste vraag: met wie doe ik het en wie betaalt er mee?'
Samenbindend
'De praktijk laat zien dat de aanpak van het arrangementsdenken de NME-sector dwingt om te professionaliseren. Het zorgt ervoor dat je als NME'er moet weten wie je klanten zijn, moet weten wie je politiek opdrachtgever is en dat je kritisch blijft kijken naar de kwaliteit en effectiviteit van de activiteiten. En die aanpak zorgt ervoor dat je als NME'er zichtbaar bent en in gesprek blijft met bestuurders en doelgroepen, waardoor je laat zien dat NME belangrijk is en niet alleen iets dat 'leuk' is. Eerst werd het werken in arrangementen door sommige partijen als lastig ervaren en wilden zij liever met een subsidie hun eigen projecten doen. Door de samenbindende werking zien ze nu de meerwaarde, dat ze er beter uit komen. Het arrangementsdenken werkt samenbindend en versterkend.'
Focus op groen, water en energie
'Er zijn nu 70 arrangementen in uitvoering of ontwikkeling met een waarde vanuit het landelijk programmabureau NME van ruim zes miljoen euro. MAAR nog belangrijker: dit betekent ook een cofinanciering van partijen als gemeenten, scholen, fondsen, NME-centra van nog eens zes miljoen euro. De bestaande arrangementen vertegenwoordigen zo de bestuurlijke verankering in de maatschappij, omdat cofinanciering om commitment vraagt. En daar heb je het eerste speerpunt uit de nota al te pakken. Dit betekent ook een gezamenlijke agenda en focus op de gebieden groen, water en energie, ook een speerpunt uit de nota. Door de aanpak en vorm is het arrangement altijd met vraaggerichte sturing opgezet. Anders zouden partijen niet meefinancieren. Ook bieden coalities in de concrete activiteiten, handelingsperspectief en bereiken ze jongeren door doelgroepgericht te werken. En zo heb je alle speerpunten uit de nota gehad.'
Toekomst
'De werkwijze van het arrangementsdenken zal zich nog meer verankeren binnen het NME-beleid. Ik zie dat deze beweging doorzet en het is niet ondenkbaar dat ook provincies en gemeenten bij een volgende NME-subsidieronde partijen vragen om eerst het arrangementenplaatje helder te maken. We zitten in de transitiefase waarin de ontwikkeling naar het arrangementsdenken zelfstandig wordt opgepakt, omdat het laat zien dat NME effectief werkt. Aan de NME'er van de toekomst de taak dit proces te begeleiden en te zien waar ze partijen kunnen koppelen. Het komt hopelijk zo ver dat men zegt: ‘Geen NME-subsidie zonder arrangementenplaatje’.'